Ooievaars in de IJsselvallei

Een terugblik bij de definitieve sluiting van het ooievaarsbuitenstation ’t Zand in Gorssel, eind 2013.
Door Gerard C. Boere, in overleg met de Ooievaarscommissie.

Terugkeer ooievaar
Ooievaarsdorp oud325pxOoievaarsstation 't Zand in 2008, met veel nestpalenDe succesvolle terugkeer van de ooievaar in de IJsselvallei is in hoge mate te danken aan de activiteiten van het ooievaarsbuitenstation ’t Zand in Gorssel. Meer dan 30 jaar hebben Wim en Gerrie Verholt, samen met actieve leden van de Vogelwerkgroep De IJsselstreek (VWG) gewerkt aan een terugkeer van de ooievaar in de IJsselvallei.  Zij werden in de opbouw financieel onder andere gesteund door een trouwe groep donateurs, de kinderen van de Vullerschool en de Rotary.

Ooievaarsdorp
Het werk startte in september 1981 op het terrein aan de Eefdese Enkweg. De broedpopulatie in Nederland was van enkele honderden exemplaren van voor 1940, al gezakt naar nog negentien bewoonde nesten in 1969. Midden jaren zeventig waren het er nog drie en tenslotte was er nog maar één bewoond nest in 1991 en dat stond aan de overkant van de IJssel in Voorst.
In het buitenland was ervaring opgedaan met het fokken van ooievaars in gevangenschap en ze daarna weer langzaam laten wennen aan een vrij leven, inclusief de trek naar de overwinteringsgebieden in Zuid-Europa en Afrika. In Nederland werd in 1969 in Liesveld, Zuid-Holland een ooievaarsdorp geopend dat ook als ‘moederstation’ voor de uiteindelijk twaalf buitenstations fungeerde, waaronder ’t Zand in Gorssel.

‘t Zand
De VWG nam ‘t Zand onder zijn hoede en vrijwilligers (de zogeheten ‘donderdagploeg’) zorgden voor onderhoud van het terrein en de nestpalen. Ze bouwden en plaatsten nieuwe paalnesten en hielden de ontwikkeling van de populatie bij. Ook werd het ringen van jonge ooievaars geïntensiveerd met grote ringen met een afleesbare individuele code om inzicht te krijgen in verspreiding en leeftijd.
In 2006 bestond ’t Zand 25 jaar en ter gelegenheid daarvan werd er door de VWG een boekje uitgebracht: ‘Ooievaars in de IJsselvallei; de succesvolle terugkeer van de ooievaar in de IJsselvallei; achtergronden, resultaten en toekomst’.

Uitbreiding populatie
Ooievaars boomnestenNijenbeek325Ooievaarsnesten in de bomen bij slot Nijenbeek, gezien vanaf de Gorsselse kant van de IJsseloever.Langzaam breidde de populatie zich uit en op dit moment zijn er meer dan 200 nestplaatsen aanwezig die door de VWG worden gevolgd en onderhouden, van Dieren tot aan Zwolle. Daarvan waren er 120 bezet in 2013. Een nieuwe ontwikkeling is de spontane bouw van boomnesten, onder andere in de buurt van ’t Zand, maar later ook in een rij populieren aan de overkant van de IJssel bij ruïne De Nijenbeek (groeide naar nu twintig nesten!) en elders in de regio, zoals Almen en Bronsbergen. Het boomnest vlak bij het ’t Zand speelde via de webcams een rol in het populaire ‘Beleef de Lente’.

Landelijke ontwikkelingen positief
De landelijke ontwikkelingen gingen snel en het aantal broedgevallen in Nederland is nu naar schatting 790-850. Die positieve trend werd al snel zichtbaar en toen zijn dan ook de eerste plannen ontwikkeld om de buitenstations gefaseerd te sluiten, met goede ‘nazorg’ voor de ooievaars die niet meer trekken omdat ze al heel lang aan een station zijn verbonden. Het was niet meer nodig om actief met de uitbreiding van de populatie bezig te zijn. 

Afbouw
Ooievaar paalneer325pxEen nestpaal wordt neergehaald in 't Zand. Er blijft nog één paal staanIn 2013 waren in het werkgebied van de VWG maar liefst 121 broedparen aanwezig op de 144 locaties die zijn bekeken. Uiteindelijk zijn er 246 jongen echt uitgevlogen en zijn er 130 jongen geringd in 2013.
Het afbouwplan voor ’t Zand bevatte o.a. het verminderen van het bijvoeren en verminderen van het aantal nestpalen op het terrein. Het werd ook gekoppeld aan een aantal projecten voor biotoopverbetering, zoals de aanleg van grote vijvers bij enkele particulieren en een groot plas-dras gebied in de Ravenswaarden. Ook werd het onderzoek aan de ontwikkeling van de populatie geïntensiveerd, onder meer door gebruik te maken van ooievaars met satellietzenders. In een groot gebied rond Gorssel worden de verspreiding van de ooievaars en hun biotoopkeuzes en voorkeuren bijgehouden door op zes routes het voorkomen van ooievaars te tellen in de periode april - half augustus. Verder werd voorlichtingsmateriaal ontwikkeld.
Dit alles vond plaats in nauwe samenwerking met Vogelbescherming die o.a. assisteerde bij de fondsenwerving en met lokale en regionale organisaties zoals de Uiterwaardencommissie, Staatsbosbeheer, Waterschap Rijn en IJssel, LTO Nederland, Agrarische Natuurvereniging ’t Onderholt , de gemeente Lochem en Natuurmonumenten.

Nieuwe werkplek
ooievaar boomnest325pxOmdat de familie Verholt (jr.) het terrein weer zelf in gebruik gaat nemen (er blijft wel een nestpaal staan!) heeft de VWG een nieuwe werkplek gevonden in een locatie van Het IJssellandschap aan de Wetermansweg in Diepenveen. In de omgeving van Gorssel zullen ook geen nieuwe nestpalen meer worden geplaatst. De voorlichting over ‘Ooievaars in de IJsselvallei’ is verhuisd naar het infocentrum ‘IJssel Den Nul’ ten noorden van Deventer (Rijksstraatweg 109, 8121 SR Den Nul ; www.infocentrumijssel.nl) en niet ver van het natuurgebied ‘De Duursche Waarden’.

Toekomst
De vele activiteiten vanuit het ooievaarsbuitenstation ’t Zand o.l.v. de familie Verholt en de VWG ‘De IJsselstreek’ zijn zeer succesvol geweest. Het is nu tijd ervoor te zorgen dat de stand van de ooievaar ook goed blijft, door de biotoop in stand te houden en/of te verbeteren. Dat vergt weer een andere inzet waaraan de VWG graag bijdraagt.

 

 

Redactie Gorssel.nl
7 oktober 2013 

 

Deel deze pagina

Deel op FacebookDeel op TwitterStuur een link van deze pagina per e-mail